Page content

Vijf voorbeeldsituaties van aansprakelijkheid bij kop-staartbotsing

Vijf voorbeeldsituaties van aansprakelijkheid bij kop-staartbotsing

Een recent onderzoek zou aantonen dat dit in 80 % van de gevallen het geval is. Kop-staartbotsingen zijn overigens niet zo ongewoon. Ongeveer 34 % van de ernstige verkeersongevallen op autosnelwegen zijn kop-staartbotsingen. Toch kunnen ze ook gewoon voor een rood stoplicht plaatsvinden. Wie er aansprakelijk is? Dat is afhankelijk van de concrete omstandigheden. Aan de hand van vijf praktische voorbeelden tonen we dat dan ook aan. We onderscheiden hierbij twee bestuurders: de aangereden bestuurder A en de aanrijdende bestuurder B.

# 1. Kop-staartbotsing voor een rood stoplicht

Wanneer een auto (A) stilstaat voor een rood stoplicht en achteraan wordt aangereden, is de aansprakelijkheidsvraag meestal heel duidelijk. In dat geval is het de inrijdende bestuurder (B) die aansprakelijk is voor het ongeval. Hij diende immers een grotere volgafstand te hanteren of mocht zich niet laten afleiden door pakweg z’n mobieltje.

# 2. Kop-staartbotsing bij overstekend wild

Het wordt een stuk ingewikkelder wanneer bestuurder A bruusk gaat remmen om het leven te redden van een overstekend wild dier, waarna bestuurder B een aanrijding niet langer kan voorkomen.

In principe mag bestuurder A niet zomaar hard remmen zonder dat er sprake is van een verkeersnoodzaak. Een huppelend konijn is in principe geen verkeersnoodzaak, waardoor je niet zomaar op de rem mag gaan staan. Weg konijntje. Anderzijds is het zo dat bestuurder B voldoende afstand dient te houden. Indien bestuurder B dat niet deed, zal er sprake zijn van een gedeelde fout en moet afgewogen worden welke fout ernstiger doorweegt.

Een gelijkaardige discussie deed zich ook al eens voor bij het zogenaamde Eendenarrest. Hier was een vrolijk over de weg waggelende eend de boosdoener en ontstond er ook een kop-staartbotsing. Een lange procedureslag was geboren waarbij zowel bestuurder A als bestuurder B al eens in het gelijk werden gesteld. Uiteindelijk volgde een definitieve uitspraak. Hierbij werd aangegeven dat bestuurders rekening dienen te houden met onverwachtse gebeurtenis die kenmerkend zijn voor het type weg waarop ze zich bevinden. Een overstekend dier kan op een provinciale weg zo’n onverwachte gebeurtenis uitmaken. Krachtig remmen kan in principe nog steeds niet, maar vooral indien het louter gaat om het vaart minderen, primeert de fout van bestuurder B: hij moet voldoende afstand houden om te kunnen anticiperen op het remmen van bestuurder A voor een overstekend wild dier.

Wie aansprakelijk is bij een kop-staartbotsing ten gevolge van een wild dier: het is dus nog niet meteen duidelijk. Wel zal er rekening worden gehouden met de aard van het wild dier (zo neemt men aan dat de noodzaak om te remmen groter is bij een hert dan bij een konijn), de weg waarop men zich bevindt (op een landelijke weg moeten bestuurders rekening houden met het risico op overstekende dieren), het remgedrag van de eerste bestuurder en de volgafstand van de tweede bestuurder.

# 3. Kop-staartbotsing bij overstekend huisdier

Gaat het niet om een wild dier? Dan komt er nog een derde partij in het geding: de bezitter van het dier. Op basis van de risicoaansprakelijkheid van de bezitter van het huisdier, zal die bezitter bijna altijd aansprakelijk zijn voor de schade. Echter komt dezelfde discussie ook hier opnieuw centraal te staan en zal er dus ook sprake kunnen zijn van een fout door bestuurder A (het niet rechtmatig bruusk remmen) en bestuurder B (het niet hanteren van voldoende volgafstand). Wiens fout het zwaarst zal doorwegen? Dat is niet altijd even duidelijk. Ook hier zouden we voor bestuurder A het onderscheid kunnen maken tussen een overstekende Duitse dog en een Singapura. In het eerste geval valt zijn remgedrag toch wel duidelijker te verklaren. Overigens moeten we onszelf de vraag stellen of het feit dat het om een huisdier gaat an sich al niet een rechtvaardigbare invloed uitoefent op het stopgedrag? Andermaal is er geen duidelijk antwoord mogelijk. Niet voor niets komen dergelijke zaken vaker wel dan niet in de rechtbank terecht.

# 4. Kop-staartbotsing bij file

Hier geldt in principe de redenering als voor een kop-staartbotsing bij een rood stoplicht: bestuurder B is aansprakelijk en had voldoende stopafstand moeten hanteren.

Verkeersongeval met een auto. Wanneer er een verkeersongeval optreedt met verschillende auto’s, dan wordt het vaak een ingewikkeld gebeuren.Lees hier wat er allemaal bij komt kijken.

 

# 5. Kop-staartbotsing na inhaalmanoeuvre

Vooral op autosnelwegen ontstaan kop-staartbotsingen ook wel eens na een inhaalmanoeuvre. In dat geval is het niet altijd duidelijk wie aansprakelijk is. Wanneer bestuurder A een inhaalmanoeuvre uitvoert en voor bestuurder B terechtkomt, die vervolgens bestuurder A achterwaarts aanrijdt, zijn er verschillende scenario’s mogelijk. Zo kan bestuurder A te weinig ruimte overgelaten hebben na de aanrijding. In dat geval kan het gebrek aan stopafstand niet aan bestuurder B verweten worden, maar is de inhalende bestuurder A aansprakelijk. Laat je echter wel voldoende afstand maar past bestuurder B zijn snelheid niet aan in functie van de nieuwe situatie (een nabije voorligger)? Dan zal bestuurder B toch aansprakelijk zijn voor de kop-staartbotsing.

De aansprakelijkheidsvraag is niet eenvoudig

Bovenstaande vijf voorbeelden tonen aan dat de aansprakelijkheidsvraag bij kop-staartbotsingen lang niet eenvoudig is. Toch is diezelfde vraag cruciaal voor het verkrijgen van een uiteindelijke schadevergoeding. Bij SAP Letselschade Advocaten behandelen wij niet alleen het schadedossier maar buigen wij ons steeds ook over de aansprakelijkheidskwestie. Tijdens een eerste intake gesprek kunnen we alvast een en ander voor jou beoordelen. Contacteer ons via 033 461 30 48.

    Comment Section

    0 reacties op “Vijf voorbeeldsituaties van aansprakelijkheid bij kop-staartbotsing

    Plaats een reactie


    *


    This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.