Volgens de rechtbank had het zinken van schelpenzuiger De Frisia verschillende oorzaken. Zo koos de schipper de verkeerde route. Het woei die dag hard en de golven waren zo hoog dat de route te gevaarlijk was. Daarnaast waren niet alle openingen goed afgesloten. Water kon zo erg gemakkelijk het schip binnenstromen. Ten slotte had de schipper niet de juiste vaarbevoegdheid voor de schelpenzuiger.

Omdat de rederij en haar eigenaar verantwoordelijk zijn voor een goed functionerend schip achtte de rechtbank hen schuldig. Zij hadden moeten zorgen voor een vaardige bemanning en goed werkende waterloospoorten. De bedrijfsleider werd vrijgesproken omdat hij de schipper niet had aangesteld. Verder was de bedrijfsleider niet bevoegd maatregelen te nemen tegen de gevaarlijke situatie. Hij had geen verantwoordelijkheid.

Onderzoeksraad voor Veiligheid

De rechtbank was het niet helemaal eens met het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV). Deze raad concludeerde namelijk dat sprake was van laksheid bij de rederij en haar eigenaar. Een andere conclusie van de OVV was dat schelpenzuiger De Frisia niet zeewaardig was. De rechtbank deelde beide opvattingen dus niet. ‘Er zijn fouten gemaakt, maar die fouten waren niet zo erg als het rapport doet vermoeden’, aldus de rechtbank.

De rederijdirecteur heeft de afgelopen jaren al het nodige te verwerken gekregen: de reputatieschade is groot, meneer heeft het op emotioneel vlak zwaar gehad en het bedrijf kreeg financiële problemen.

Hoewel de rechtbank de rederijdirecteur schuldig acht krijgt hij geen straf opgelegd. Volgens de rechtbank heeft niemand de dood van de bemanning gewild. ‘Strafoplegging dient geen enkel doel meer’, zo vonden de rechters. Bovendien heeft de directeur er alles aan gedaan om ongelukken in de toekomst te voorkomen. Ook denkt de rechtbank dat nabestaanden niet gebaat zijn bij verdere vergelding.

Het OM eiste in oktober dat de rederij 60.000 euro boete betaalde. Ook Van der Ploeg Beheer, een bedrijf van de rederijdirecteur moest 60.000 euro betalen volgens de aanklager.

De directeur en bedrijfsleider van de rederij hingen een werkstraf van ieder 180 uur boven het hoofd.