Rechtbank Amsterdam heeft onlangs[1] de eigenaresse van een hond veroordeeld tot een werkstraf van 180 uur omdat haar hond een meisje van 6 jaar had gebeten. Het ging om het volgende:

“Op zondag 31 juli 2016 is de zesjarige [slachtoffer] gebeten door “ [naam hond] ”, de hond van haar buurvrouw (hierna: verdachte). Het bijtincident vond plaats in de kijktuin behorend bij het appartementencomplex van verdachte. [slachtoffer] heeft bij het bijtincident letsel bekomen, te weten: uitgebreide wonden in het gelaat en op het oor, het hoofd en de hand. Een wond in de neus is zeer diep. Daarnaast is het linker neusbot voor een deel gebroken. Dit kan niet worden teruggeplaatst. Mogelijk zal er in de toekomst een correctie kunnen plaatsvinden. Tevens is de traanbuis bij het oog links aangedaan en is er een verdenking van zenuwletsel van een tak van de gezichtszenuw. [slachtoffer] heeft – mogelijk blijvende – littekens in het gezicht.”

De rechtbank oordeelde dat voldoende was bewezen dat de eigenaresse van de hond:

“…op 31 juli 2016 te Amsterdam, aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam en nalatig

– de onder haar, verdachtes, gezag staande hond [naam hond] (ras Amerikaanse Staffordshire Terrier), onvoldoende onder controle heeft gehad, waardoor haar hond in het gezicht van [slachtoffer] heeft gebeten,

– immers heeft zij haar hond [naam hond] onaangelijnd gelaten,

– terwijl verdachte wist dat voornoemde hond zonder strikte begeleiding en controle een gevaar voor de omgeving, vormt, waardoor het aan haar schuld te wijten is geweest dat [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel, te weten littekens ten gevolge.”

De eigenaresse heeft echter niet alleen een straf opgelegd gekregen, maar zij werd ook veroordeeld tot betaling van de schade van het meisje en de schade van de vader. Met name die laatste vordering is bijzonder. Immers, de vader zelf was niet gebeten door de hond. De reden dat ook de vader een schadevergoeding kreeg was dat hij heeft gezien hoe zijn dochter werd aangevallen door de hond en meerdere malen werd gebeten. Er waren meerdere pogingen nodig om de hond van het meisje af te halen. Zijn dochter liep ernstig letsel op en de vader heeft het allemaal zien gebeuren.

Als gevolg daarvan hij zelf ernstig psychisch letsel opgelopen (PTSS). Deze schade wordt “shockschade” genoemd. Er bestaat alleen recht op shockschade in het geval een partner of een ander gezinslid getuige is geweest van de gebeurtenis. Als de vader in dit geval het bijtincident niet had gezien, dan had hij geen schadevergoeding gekregen op grond van shockschade.

Staan nabestaande als zij geen getuige zijn geweest dan met lege handen gestaan? Nee, want nabestaanden die een partner of gezinslid hebben verloren kunnen aanspraak maken een uitkering op grond van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven (www.schadefonds.nl). Dat geldt dus alleen in het geval het slachtoffer is overleden. In het geval de vader van het meisje dat door de hond werd gebeten geen getuige was geweest van het bijtincident, dan had hij dus geen beroep kunnen doen op het Schadefonds Geweldsmisdrijven.[2]

[1] Rb. Amsterdam 12 juli 2017, http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:4885

[2] Zie hierover ook de volgende blog: https://www.sapadvocaten.nl/vergoeding-affectieschade-en-smartengeld-voor-nabestaanden/.