Page content

De juridische strijd tegen de tabaksindustrie.

article content

De juridische strijd tegen de tabaksindustrie.

Vandaag – 1 februari 2018 – kopt de krant dat het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis aangifte doet tegen de tabaksindustrie. Volgens het Amsterdamse ziekenhuis, dat gespecialiseerd is in de behandelaar van kanker, sterven er in Nederland dagelijks 55 mensen door roken. Dat is “dweilen met de kraan open”, aldus de voorzitter van de Raad van Bestuur van het AVL. Hij pleit voor een preventieve aanpak. “De tabaksindustrie moet gestopt worden.”

De strijd tegen de tabaksindustrie in Nederland is zeker niet nieuw. Het is inmiddels 18 jaar geleden dat SAP Advocaten bij de rechter de eerste rookvrije werkplek afdwong voor de rechter. SAP Letselschade Advocaten trad daarbij op voor Nanny Nooijen, postsorteerster bij de PTT. In de sorteerruimte waar deze mevrouw werkte, werd door een groot aantal collega’s gerookt. Het maken van afspraken met de werkgever over een rookvrije werkplek bleek destijds niet mogelijk, zodat Nanny via de rechtbank verzocht om een rookverbod op de werkvloer. En met succes. De rechter veroordeelde de PTT tot het invoeren van een algeheel rookverbod op de vestiging van PTT waar Nanny werkzaam was.[1] De wettelijke grondslag voor een rookvrije werkplek kwam later. Sinds 1 januari 2004 heeft iedere werknemer ook wettelijk recht op een rookvrije werkplek en is roken op de werkvloer verboden.

In 2005 heeft SAP Advocaten namens een cliënt een procedure gevoerd tegen een grote tabaksfabrikant, waarin laatste aansprakelijk werd gehouden voor de gezondheidsschade die deze meneer had opgelopen als gevolg van het jarenlange roken. De fabrikant werd verweten dat zij niet voor de schadelijke gevolgen van roken hadden gewaarschuwd. Integendeel, zij hadden de sigaretten juist in reclames aangeprezen en probeerden de gezondheidsrisico’s te verdoezelen. Hoewel de rechtbank het gedrag van de fabrikant laakbaar vond, achtte de rechtbank dit in 2008 nog onvoldoende voor aansprakelijkheid.[2]

In de jaren daarna zetten de ontwikkelingen tegen het roken door. Zo geldt er sinds 1 juli 2008 een rookverbod voor de horeca in Nederland en geldt dit rookverbod sinds het arrest van de Hoge Raad van 10 oktober 2014[3] ook voor kleine cafés zonder personeel. Sinds 20 mei 2016 zijn pakjes sigaretten en shag verplicht voorzien van afbeeldingen die roken moeten afschrikken. Allemaal onderdeel van het ontmoedigingsbeleid van de overheid.

Wat vroeger heel normaal was, is nu niet meer voor te stellen. Zo vertelde een lerares mij eens dat haar eigen docent destijds met een sigaret voor de klas stond. Minstens zo schrikbarend vind ik het verhaal van een oud-verpleegkundige, dat de zaalarts op haar afdeling vroeger zijn brandende sigaret op de gang achterliet voordat hij zijn ronde langs patiënten op zaal maakte. Naar de huidige opvattingen is dit niet meer voor te stellen natuurlijk. Tijden veranderen, en dat is maar goed ook!

 

[1] https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBBRE:2000:AA5611

[2] https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2008:BG7225

[3] https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2014:2928

Comment Section

0 reacties op “De juridische strijd tegen de tabaksindustrie.

Plaats een reactie


*


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.