arrow_drop_up arrow_drop_down

John Roth, Letselschade advocaat

John Roth, Letselschade advocaat

Wij staan al 25 jaar alleen slachtoffers bij.

Wij staan al 25 jaar alleen slachtoffers bij.

John Roth, Letselschade advocaat

Ik werk sinds 1993 bij SAP Letselschade Advocaten en doe dat nog steeds met veel plezier. Het is prettig werken met collega’s die zich hebben gespecialiseerd in letselschadezaken. Ik ben daarnaast gespecialiseerd in arbeidsrecht. Ik merk dat arbeidsrecht een belangrijke aanvulling is op de letselschadepraktijk, omdat mensen die letsel hebben opgelopen ook vaak problemen krijgen op hun werk. Maar ook als het gaat om bedrijfsongevallen en beroepsziekten is het belangrijk dat de belangenbehartiger thuis is in het arbeidsrecht.

Publicaties

J.F. Roth, 'De BEM-rekening - goed controlemiddel kan nog worden verbeterd', L&S 2019, nr4

Letselschade van een kind is aangrijpend en ingrijpend. Niet alleen voor het kind zelf, maar ook voor de directie omgeving: ouders, broertjes en zusjes etc. De afwikkeling van de schade van het kind moet zorgvuldig gebeuren. Daarom moet een schikkingsregeling die wordt getroffen tijdens de minderjarigheid van het kind altijd worden goedgekeurd door de kantonrechter. Ook moet betaling van bijvoorbeeld smartengeld op een speciale bankrekening plaatsvinden: een BEM-rekening. Wat dat is en hoe dat werkt wordt in dit artikel uitgelegd. [volledig artikel als PDF]


J.F. Roth, ‘Procederen of schikken’, Whiplashmagazine, nr. 1 april 2019

In dit jubileumnummer van de Whiplashstichting gaat John Roth in op de vraag of je in whiplashzaken beter kunt procederen of schikken. In het artikel komen ook twee voormalige cliënten van John aan het woord die een whiplash hebben opgelopen als gevolg van een verkeersongeval. Ze vertellen over hun ervaringen met de afwikkeling van hun letselschade. [volledig artikel als PDF]


J.F. Roth, ‘Oplopende doorlooptijden’ (red.), L&S 2018, nr. 3

Zaken die 9 maanden stilliggen, een comparitie over ruim een jaar: de doorlooptijden in letselschadeprocedures nemen alsmaar toe. En intussen loopt de schade verder op. ‘Uitbrengen van dagvaardingen en verzoekschriften is steeds vaker de enige optie om beweging in de zaak te krijgen.’ Voortvarend procederen, proactieve aanpak, herstelgerichte dienstverlening: daar komt weinig van terecht als er niet meer mensen op de dossiers worden gezet. John Roth stelt in dit redactioneel de problemen rond de trage afwikkeling bij de afwikkeling van letselschade aan de orde. [volledig artikel als PDF]


J.F. Roth, ‘Shockschade en de schending van een verkeers- en veiligheidsnorm’ (red.), L&S 2017, nr. 3

Dit redactioneel van John Roth gaat over shockschade. Voor de vergoeding van letselschade als gevolg van shockschade gelden een aantal voorwaarden zoals een “directe confrontatie” met het ongeval, het ontstaan van "geestelijke letsel" en een “schending van een verkeers- en veiligheidsnorm”. In dit redactioneel gaat het met name om het vereiste: de schending van een verkeers- en veiligheidsnorm. Dat dit vereiste een drempel kan vormen als het gaat om shockschade gebaseerd op medische aansprakelijkheid. Zie in dit verband bijvoorbeeld Hof Arnhem 15 maart 2011. [volledig artikel als PDF]


J.F. Roth, ‘Cave!’ (red.), L&S 2017, nr, 1

In dit redactioneel leidt John Roth de artikelen in die zijn geschreven door sprekers op het WAA-congres van november 2016. Dat congres had als titel de waarschuwing “Cave!” en ging over het medisch beoordelingstraject bij letselschade. Het ging daarbij over de struikelblokken die partijen in het medische beoordelingstraject tegenkomen. De volgende vragen en onderwerpen kwam aan de orde:
Met welke tuchtrechtelijke aspecten wordt een door partijen ingeschakelde medisch adviseur geconfronteerd? (Prof. Hendriks); Welke professionele eisen mogen er worden gesteld aan de medisch adviseur? (mr. De Jager); Wat is de rol van de medisch adviseur in het letselschadeproces? (orthopedisch chirurg Van Erve); Heeft het slachtoffer recht op inzage in het medisch advies van de medisch adviseur van de aansprakelijke partij? (mr. Van der Nat).
Prof. Ponds, klinisch neuropsycholoog besprak het belang van neuropsychologisch onderzoek bij psychiatrische expertises en psychiater Tilanus wees in zijn lezing op de kunst(fouten) van (neuro)psychologisch onderzoek bij psychiatrische expertises.
[volledig artikel als PDF]


J.F. Roth e.a., ‘Buitengerechtelijke kosten, een terugkerende discussie in letselschadezaken’, L&S 2016, nr. 4

In dit artikel staan de auteurs stil bij de ontwikkelingen in de discussie over de buitengerechtelijke kosten (hierna: BGK) in letselschadezaken. Ze bespreken de stagnatie in die discussie en luchten in het eerste deel van het artikel hun hart over de van verzekeraarszijde opgeroepen spookbeelden. Daar laten zij het echter niet bij, want ze geven ook een mogelijke oplossing die voor alle bij het debat betrokken partijen acceptabel zou kunnen zijn. Het doel dat hen daarbij voor ogen staat is dat slachtoffers een beroep kunnen blijven doen op gespecialiseerde en hoogwaardige rechtsbijstand en tegelijk de discussie over de buitengerechtelijke kosten naar de achtergrond wordt gedrongen. Dit zou het beloop van letselschadezaken aanzienlijk kunnen versnellen en daardoor voor alle partijen winst zijn. [volledig artikel als PDF]


J.F. Roth, ‘BGK’ (red.), L&S 2016, nr. 4

Inleiding bij het themanummer van Letsel & Schade over de buitengerechtelijke kosten rechtsbijstand bij letselschade. [volledig artikel als PDF]


J.F. Roth, ‘Werkstress’ (red.), L&S 2015, nr. 1

In november 2014 stond de werkdruk centraal in de week van de werkstress. Deze week is een initiatief van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Aandacht voor werkdruk is onderdeel van het traject “Hoofdlijnen aanpak psychosociale arbeidsbelasting” (afgekort met PSA) dat is uitgezet door het Ministerie van SZW. De aanpak loopt van april 2014 tot april 2018. Het eerste jaar van de aanpak staat werkdruk centraal, maar werkdruk blijft aandachtspunt tot aan het einde van het traject omdat werkdruk het zowel door werkgevers als werknemers hoogst gerapporteerde arbeidsrisico is. In dit redactioneel gaat John Roth in op de aansprakelijkheid van de werkgever voor uitval van werknemers wegens werkstress. [volledig artikel als PDF]


J.F. Roth, ‘Thema: seksueel misbruik’ (red.), L&S 2014, nr. 3

In het themanummer “Klein leed?” eerder dit jaar stond – naar aanleiding van het WAA-congres in november 2013 – letsel bij kinderen centraal. Leed bij (kleine) kinderen is allerminst klein leed. In het redactioneel bij dat themanummer werd deze aflevering over seksueel misbruik al aangekondigd met de opmerking dat één van de ernstigste vormen van “klein leed” seksueel misbruik is. Dat seksueel misbruik van kinderen is van alle tijden; niet alleen in gezinsverband, maar ook in bijvoorbeeld kerkverband of bij instellingen van jeugdzorg en kinderopvang. [volledig artikel als PDF]


J.F. Roth, ‘Klein leed?’ (red.), L&S 2014, nr. 1

“Klein leed” was het onderwerp van het WAA-congres op 27 november 2013. Met klein leed wordt gedoeld op gezondheidsschade bij kinderen. Zowel in de geneeskunde als in de letselschadepraktijk kan men kinderen niet behandelen als kleine volwassenen. Kinderen hebben een eigen dynamiek en een aparte juridische status. Kinderchirurg Hugo Heij begon zijn lezing met de stelling: “There is no such thing as minor surgery, there are only minor surgeons”. Niet alleen Heij, maar ook de andere sprekers die actief zijn in de gezondheidszorg, hebben duidelijk gemaakt dat de geneeskundige behandeling van kinderen een vak apart is. De artikelen die zij hebben geschreven naar aanleiding van hun interessante lezingen vindt u terug in deze aflevering van Letsel & Schade. [volledig artikel als PDF]


J.F. Roth en D.J. van der Kolk, ‘Davelaar/Allspan (vervolg) en Ritsma/Lansink’ (red.), L&S 2013, nr. 2

Voor twee belangrijke arresten op het gebied van werkgeversaansprakelijkheid wordt in dit redactioneel aandacht gevraagd. Het eerste arrest is het “Davelaar-arrest” dat, na verwijzing door de Hoge Raad, is gewezen door het Hof Den Bosch op 16 april 2013. De heer Davelaar, een zelfstandig ondernemer, overkwam op 8 februari 2005 een bedrijfsongeval toen hij reparatie- en revisiewerkzaamheden verrichte aan een houtvezelverwerkingsmachine in België. Het is een arrest dat in de literatuur en in de pers veel aandacht heeft gekregen en waarbij de heer Davelaar veelal – gemakshalve – werd aangeduid als zzp’er. Feitelijk klopte dat niet, want Davelaar had ten tijde van het bedrijfsongeval één werknemer in dienst.
Het tweede arrest is het op 7 juni 2013 door de Hoge Raad (LJN BZ1721) gewezen arrest in de zaak Ritsma/Lansink. Deze zaak is eerder besproken tijdens het WAA-congres en in het naar aanleiding daarvan geschreven artikel in L&S 2013, 1. De zaak betrof de vraag of een werkgever aansprakelijk is voor gezondheidsschade van een werknemer wegens blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Deze uitspraak is voor de praktijk van de aansprakelijkheid voor beroepsziektezaken van groot belang. De Hoge Raad bevestigt nogmaals dat er in de bewijslevering van het causaal verband tussen de blootstelling en de gezondheidsschade drie fasen zijn te onderscheiden. De eerste fase is die waarin de werknemer dient te stellen en te bewijzen dat hij aan gevaarlijke stoffen is blootgesteld, en dat de gezondheidsklachten door de blootstelling kunnen zijn veroorzaakt. In de tweede fase is het aan de werkgever om te stellen en te bewijzen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan, bij gebreke waarvan het causaal verband in beginsel vaststaat. In beginsel omdat de werkgever in de derde fase nog kan stellen en bewijzen dat geen sprake is van causaal verband tussen de blootstelling en de gezondheidsklachten.
[volledig artikel als PDF]


J.F. Roth en R.W. Smit, ‘De toepassing van de billijkheidscorrectie in verkeerszaken’, L&S 2013, nr. 4

Na een theoretische inleiding over schulddeling en de billijkheidscorrectie bij verkeersongevallen bespreken John Roth en Rianne Smit 25 uitspraken in letselschadezaken vanaf 2008 waarbij de billijkheidscorrectie werd toegepast. Zij willen een eerste aanzet geven tot gevalsvergelijking met betrekking tot de billijkheidscorrectie bij verkeersongevallen. Hun conclusie is dat zowel de ernst van het letsel als de ernst van de fouten niet evenredig doorwerken in de hoogte van de billijkheidscorrectie. De auteurs menen dat de uitspraken waarin billijkheidscorrectie wordt toegepast moeten worden gecategoriseerd zoals nu met smartengelduitspraken gebeurt. Dan kunnen advocaten aan rechters gezichtspunten aanreiken voor toepassing van de billijkheidscorrectie. [volledig artikel als PDF]


J.F. Roth, ‘Themanummer beroepsziekten’ (red.), L&S 2013, nr. 1

John Roth geeft een inleiding op het themanummer van Letsel & Schade over beroepsziekten. De artikelen zijn gebaseerd op de lezingen die de auteurs hebben gegeven op het WAAcongres op 30 november 2012 met de titel: “Ziek van het werk”. Tijdens dit congres werd het onderwerp beroepsziekten zowel vanuit medische als juridische invalshoek belicht. Ook in dit themanummer is dat het geval. [volledig artikel als PDF]


J.F. Roth, ‘De invloed van het EVRM op de letselschadepraktijk’, L&S 2011, nr. 1

Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) is op 4 november 1950 te Rome kort na de oprichting van de Raad van Europa tot stand gekomen. De invloed van het EVRM voor de Europese burger en in het bijzonder de Nederlandse burger is groot en wordt dus alleen maar groter. Ook voor de letselschadepraktijk is het EVRM van grote invloed, zij het dat de mogelijkheden die het EVRM biedt nog lang niet ten volle worden benut door de (belangenbehartigers van) partijen die optreden bij de afwikkeling van letselschade. In dit redactioneel geeft John Roth een inleiding van het themanummer van Letsel & Schade over de rol die het EVRM speelt en kan spelen in met name letselschade- en gezondheidsrechtelijke zaken. [volledig artikel als PDF]


J .F. Roth, ‘Een redelijk uurtarief’, L&S 2010, nr. 2010, nr. 3

In dit artikel gaat John Roth in op de kosten rechtsbijstand bij letselschadezaken, in het bijzonder het voor belangenbehartigers geldende uurtarief.
Hét redelijke uurtarief bestaat niet. In de hiervoor vermelde jurisprudentie is een grote variatie te zien in redelijk geachte uurtarieven van advocaten in letselschadezaken. Het door de rechters redelijk geachte uurtarief hangt meestal af van het door de letselschadeadvocaat gevraagde uurtarief en wordt veelal acceptabel geacht. Rechters schrikken niet zo snel van hoge uurtarieven, zeker niet bij grotere financiële belangen.
[volledig artikel als PDF]


J.F. Roth, ‘Smartengeld, naar een hogere vergoeding’ (red.), L&S 2010, nr. 1

John Roth gaat in dit redactioneel in op de in zijn ogen te lage vergoedingen voor smartengeld in Nederland. Schraalhans is hier keukenmeester, verzucht Spier terecht in zijn conclusie onder het arrest van de Hoge Raad van 19 oktober 2007 als hij de vergoedingen voor smartengeld in ons land vergelijkt met de meeste andere WestEuropese landen. Ook Lindenbergh vindt Nederlandse rechters zuinig en voorzichtig als het gaat om smartengeld. Lindenbergh betoogt terecht dat de toegekende smartengeldvergoedingen in Nederland niet alleen tamelijk bescheiden zijn, maar ook bij lange na de indexering niet bijhouden. Het in 1992 toegekende en tot dan toe hoogste smartengeldbedrag van Fl. 300.000/E 136.134 voor een met HIV besmette patiënt, zou geïndexeerd nu E 205.000 moeten bedragen. Dat is een bedrag dat we wel geïndexeerd tegenkomen in de ‘Smartengeldgids’ van de ANWB , maar dat nog nooit is toegewezen. Het hoogste toegewezen bedrag in de editie 2009 bedraagt E 150.000 voor een ernstig mishandelde man. Daarna vinden we een aantal uitspraken met een vergoeding van E 136.134. [volledig artikel als PDF]


J.F. Roth, ‘Rechtsbijstandverzekeraars en het recht op vrije advocaatkeuze’ (red.), L&S 2009, nr. 4

Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen heeft in een uitspraak van 10 september 2009 geoordeeld dat in een massaschadezaak een verzekerde met een rechtsbijstandsverzekering zelf een advocaat moet kunnen kiezen.1 De betreffende verzekerde uit Oostenrijk, Eschig had geld belegd bij beleggingsmaatschapij AMIS en dat bedrijf was insolvent geworden. Aangezien er meerdere gedupeerden waren die een beroep deden op de bij UNIQA afgesloten rechtsbijstandverzekering, beriep UNIQA zich op een speciale clausule. In deze clausule was bepaald dat UNIQA één rechtshulpverlener mag inschakelen voor alle betrokken verzekerden wanneer een groot aantal verzekeringsnemers schade lijdt door hetzelfde feit. Eschig was het daar niet mee eens. De zaak kwam uiteindelijk bij het Hof EG terecht en het hof stelde Eschig in het gelijk; hij mag zelf zijn advocaat kiezen. [volledig artikel als PDF]


J.F. Roth, ‘Aansprakelijkheid van de werkgever voor burn-out. De stand van zaken’, L&S 2009 nr. 2

Na de verschillende uitspraken over de aansprakelijkheid van de werkgever voor letselschade van werknemers als gevolg van burn-out bespreekt John Roth de recente wetgeving, jurisprudentie en literatuur. [volledig artikel als PDF]


J.F. Roth, ‘Whiplash en de richtlijn 2007 van de NVvN; een jaar later’ (red.), L&S 2008, nr. 3

John Roth behandelt in dit redactioneel, de in november 2007 verschenen nieuwe “Nederlandse richtlijnen voor de bepaling van functieverlies en beperkingen bij neurologische aandoeningen” van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie (NVvN) . Deze richtlijnen, opgesteld door de commissie forensische neurologie van de NVvN, zijn specifiek bedoeld voor de expertisepraktijk en hebben in die expertisepraktijk als het gaat om whiplashletsel voor behoorlijk wat beroering gezorgd. In de richtlijn wordt namelijk als uitgangspunt genomen dat het postwhiplashsyndroom moet worden gezien als een chronisch pijnsyndroom zonder neurologisch substraat. Daaraan kan volgens de huidige inzichten door de neuroloog geen percentage functieverlies worden toegekend. [volledig artikel als PDF]


J.F. Roth, ‘Samenloop in letselschadezaken en voordeelstoerekening’ (red.), L&S 2008, nr. 2

De letselschade-advocaat, althans de advocaat die de belangen van werknemers-slachtoffers behartigt, dient een behoorlijke arbeidsrechtbagage te hebben, opdat hij/zij in staat is de met het werknemerschap gemoeide belangen volledig te overzien en daarnaar te handelen. Dat speelt bijvoorbeeld in het geval een werknemer naast een schadevergoeding wegens letselschade ook een beëindigingsvergoeding (tegenwoordig een transitievergoeding). Moet die vergoeding dan worden verrekend met de te ontvangen letselschadevergoeding?
John Roth gaat in dit redactioneel in op deze problematiek.
[volledig artikel als PDF]


J.F. Roth, Appels, ‘fruit en buitengerechtelijke kosten rechtsbijstand’ (red.), L&S 2008, nr. 1

In dit redactioneel behandelt John Roth de discussie die er toen was over de buitengerechtelijke kosten bij letselschade naar aanleiding van het rapport over dit onderwerp van Prof. Faure. [volledig artikel als PDF]


J.F. Roth, noot bij Kantonrechter Zwolle 17 juni 2003, Hof Arnhem 8 februari 2005 en Hof Arnhem 26 september 2006 (JAR 2007, 30; hofuitspraak rolnr. 2003/869, laatste hofuitspraak LJN: AZ0584), Zorgplicht werkgever en “meeroken’, proportionele toerekening, L&S 2007, nr. 1

De zaak die in deze uitspraak van de kantonrechter Zwolle en in hoger beroep van het Gerechtshof Arnhem aan de orde is heeft betrekking op een werkneemster die als medisch secretaresse werkzaam was bij de Isala Klinieken te Zwolle. Deze werkneemster stelde gezondheidsschade te hebben opgelopen doordat zij tijdens haar werk bij Isala gedurende langere tijd was blootgesteld aan sigarettenrook. Zij was in dienst getreden bij Isala op 1 oktober 1999. Tijdens haar werkzaamheden stond zij bloot aan tabaksrook van twee zeer stevig rokende artsen. De schadevordering van de werkneemster met betrekking tot de door haar geleden letselschade als gevolg van het meeroken wordt toegewezen. [volledig artikel als PDF]


J.F. Roth, noot bij Ktr. Terneuzen 29 september 2004, JAR 2004, 270 (letselschade werknemer als gevolg van de beroepsziekte burn-out)

[volledig artikel als PDF]
 

  In de media

  Een overzicht waar en wanneer John Roth in de media is verschenen.

Nevenactiviteiten

Bestuurslid Vereniging voor Verkeersslachtoffers: 2000 – 2004

Hoofdredacteur Letsel & Schade (www.letselenschade.nl): 2008 – heden

Redacteur Handboek Personenschade (hoofdstuk Schade van Jeugdigen)

Commissie van Goede Diensten Vereniging van Verkeerslachtoffers: 2010

Docent VSO Basiscursus personenschade (OSR): 2005 – 2011

Docent cursus Psychische letsel (Lexlumen): 4 november 2011

Docent cursus Shockschade en (voorlopig) Deskundigenberichten (AdvR): 8 november 2012

Docent cursus Sociaal Zekerheidsrecht en Sociale Voorzieningen voor de Personenschadepraktijk (Lexlumen): 17 december 2012

Docent cursus Shockschade en (voorlopig) Deskundigenberichten (AdvR): 24 september 2013

Docent cursus Werkgeversaansprakelijkheid voor psychisch letsel (Lexlumen): 25 november 2014 


Lidmaatschap

Docent OSR juridische opleidingen


Hoofdredacteur Letsel & Schade


Advocaten voor Slachtoffers van Personenschade (ASP)


Vereniging van Letselschade Advocaten (LSA)


Werkgroep Artsen Advocaten (WAA)


Netwerk ASP-WSN (Whiplash Stichting Nederland)







Contact

Telefoon:  033 461 30 48

E-mail:       jf.roth@sapadvocaten.nl



Uw verhaal samen met ons bespreken?

Dat kan geheel vrijblijvend!

Tijdens dit gesprek delen wij graag onze kennis en overleggen we de aanpak.

Indien nodig stappen we voor u naar de rechter.

Uw verhaal samen met ons bespreken?

Dat kan geheel vrijblijvend!

Tijdens dit gesprek delen wij graag onze kennis en overleggen we de aanpak.

Indien nodig stappen we voor u naar de rechter.