Op 6 februari deed het Hof Arnhem-Leeuwarden een uitspraak over de aansprakelijkheid op een feestje in een horecagelegenheid. In de gelegenheid was als afscheiding tussen de kegelbanen en de barruimte een muurtje van 51 centimeter gebouwd. Op een gegeven moment was het raak: een man die de nodige alcohol had gedronken botste tegen het muurtje op en viel.

Bij de val komt hij terecht op zijn rechterschouder. Het letsel is dusdanig dat meneer moet worden geopereerd. De schade die hij lijdt en nog zal lijden wil hij vergoed krijgen van de uitbater van de horecagelegenheid. Volgens de man voldoet het muurtje niet aan de eisen wat je normaal gesproken wel mag verwachten.

Bewijs

Het eerste probleem is het bewijs. Meneer moet bewijzen dat hij daadwerkelijk over het muurtje is gevallen. Drie getuigen hebben verklaard dat zij nog in diezelfde nacht van de man hebben gehoord dat hij over het muurtje is getuimeld. Ze hebben het dan wel niet zelf gezien, maar hebben het kort na de val van meneer zelf gehoord. De verklaringen van de getuigen zijn volgens het hof daarom sterk en ondersteunend voor de stellingen van de gevallen meneer.

Gebrekkig

Daarnaast is het de vraag of het muurtje ‘gebrekkig’ is. Voldoet het aan de eisen die je normaal gesproken mag stellen in een horecagelegenheid of juist niet? Zorgt het muurtje bijvoorbeeld voor een gevaarlijke situatie? Volgens het hof is het muurtje niet erg geschikt voor ruimtes waarin ook dansfeesten worden georganiseerd. De ruimte staat doorgaans vol met mensen en het muurtje is, ook door een te weinig onderscheidende kleur, niet goed zichtbaar. Daar komt bij dat de combinatie van alcoholgebruik en feeststemming niet erg bevorderlijk is voor de oplettendheid.

Meneer maakt aanspraak op schadevergoeding. Het hof acht bewezen dat hij is gevallen en komt tot de conclusie dat het muurtje niet voldoet aan de eisen die je normaal gesproken mag verwachten in horecagelegenheden.