Volkskrant: Vertrouwen houden en in gesprek blijven is enige optie

Reconstructie Vliegramp Tripoli in 2010

De vliegramp in Tripoli liet vier jaar geleden al zien dat nabestaanden niet veel meer kunnen doen dan afwachten hoe machthebbers ter plaatse de tragedie afhandelen. ‘Contact houden met de autoriteiten helpt.’

Na een vliegramp is alles aan de machthebber ter plaatse bij het wrak: wanneer stoffelijke overschotten worden vrijgegeven, of er een onderzoek komt naar de toedracht. Afwachten, dat is het lot van het land waar de slachtoffers vandaan komen. Dat dit tot problemen kan leiden, is nu pijnlijk zichtbaar in de OekraÔne. Maar vier jaar geleden merkte Nederland het ook al, toen vlucht 771 van Afriqiyah Airways neerstortte bij Tripoli, LibiÎ.

Het onderzoek naar de ramp bij Tripoli – 103 doden, onder wie 71 Nederlanders– was stevig in handen van de Libische luchtvaartautoriteiten, terwijl dit Afrikaanse land ondertussen afgleed in een burgeroorlog. ‘De vrees dat er nooit een onderzoek zou verschijnen, was reÎel’, zegt letselschadeadvocaat Veeru Mewa, die circa veertig nabestaanden bijstond.

Op 12 mei 2010 crashte een Airbus van Afriqiyah Airways, de avond daarvoor vertrokken uit Johannesburg, in Tripoli binnen het bereik van de landingsbaan. Alle inzittenden kwamen om het leven, op een na: een negenjarige jongen uit Nederland.

Dat het onderzoek naar de toedracht van de ramp lastig zou kunnen worden, was meteen duidelijk: LibiÎ was al decennia een dictatuur onder leiding van Moammar Kadhafi. En overheidsbedrijf Afriqiyah Airways was de nationale luchtvaartmaatschappij, volledig eigendom van het Kadhafi-regime.

Internationale regels omtrent vliegrampen zijn onverbiddelijk: het identificeren van de slachtoffers en het instellen van een onderzoek is aan de machthebbers op de plaats van het wrak. Hier was de Libische luchtvaartautoriteit dus aan zet. Maar zou het gesloten land kritisch onderzoek durven doen naar een drama bij de eigen luchtvaartmaatschappij, een Libische parel in de kroon?

Dictator Kadhafi liet zich echter van zijn beste kant zien. ‘In het begin zijn daar geen problemen geweest’, zegt Toine van de Sande, voorzitter van de Stichting Vliegramp Tripoli en de opa van het negenjarige slachtoffer dat de crash overleefde. ‘Kadhafi heeft dat goed afgehandeld.’

Wanneer rechercheurs van het Landelijke Team Forensische Opsporing (LTFO) – momenteel actief in OekraÔne – arriveren in Tripoli, liggen de stoffelijke overschotten netjes in de koelcel van een ziekenhuis. Een verslaggever van de Volkskrant merkt daags na de ramp op dat de plaats van het ongeval weliswaar niet is afgezet, maar van plundering was geen sprake.

Als land met de meeste slachtoffers kan Nederland maar ÈÈn ding doen: diplomatiek de vinger aan de pols houden. Ed Kronenburg, toenmalig secretaris-generaal bij Buitenlandse Zaken, nu ambassadeur in Parijs, reist naar Tripoli om zeker te stellen dat het onderzoek op gang komt. Hij wil er nu niet over praten ‘vanwege de situatie in OekraÔne’. Rond de bezittingen van de slachtoffers ontstaat een tombola. Hier wreekt zich cultuurverschil: volgens een opsporingsprotocol zoals dat in West-Europa wordt gehanteerd bij rampen, moet wordt gedocumenteerd in de buurt van welk stoffelijk overschot een koffer, boek of bankpasje is gevonden. Maar Libische rechercheurs doen zoiets anders: ze slaan alle spullen op in een loods in Londen.

‘Alles lag door elkaar’, zegt advocaat Rewa. ‘Uiteindelijk is er een fotocatalogus samengesteld die de nabestaanden konden bekijken.’

Maar de veiligheidssituatie in LibiÎ is dan nog zo goed dat nabestaanden naar Tripoli reizen, onder meer voor een grootschalige herdenking op de plaats van de ramp. ‘Wij konden er gewoon naartoe’, zegt Van de Sande. ‘Het was een dictatuur, we werden begeleid door militairen, we moesten visa aanvragen, maar er viel doorheen te komen.’

Contact verbroken

Op 15 februari 2011 breekt een gewapende opstand uit, die leidt tot de val van Kadhafi. Al snel daarna is er geen contact meer met de Libische luchtvaartautoriteiten. ‘We hoorden niets meer en Buitenlandse Zaken ook niet’, zegt Sander de Lang, advocaat van nabestaanden. ‘De grote vraag was: komt dat onderzoek er nog wel?’

De consternatie wordt nog groter als een deskundige uit het onderzoeksteam, Massoud Ibrahim, uit de school klapt tegenover de NOS en de Wereldomroep. De oorzaak van het neerstorten van vlucht 771 is volgens hem allang bepaald door getrouwen van Kadhafi: de piloot heeft een ‘hartaanval’ gehad.

Zaak gesloten.

Wat nu? ‘Het vertrouwen in dat onderzoek was bij de nabestaanden helemaal weg’, zegt De Lang. ‘Ze vroegen: kan Nederland het niet overnemen? Maar dat ligt heel moeilijk. Dat heeft te maken met de soevereiniteit van een land. Daarvoor moet de VN bij elkaar komen. Maar daarvoor ontbrak de internationale wil. We konden dus niks doen.’

Wederom bewandelt Nederland de diplomatieke weg. Kronenburg vertrekt andermaal naar LibiÎ. Zijn boodschap daarna aan de nabestaanden in Nederland: ‘Heb vertrouwen.’

Op 1 maart 2013, ruim twee jaar later dan gehoopt, is het onderzoeksrapport van de Libische luchtvaartautoriteit klaar. Kwalitatief is het ‘boven verwachting’, zegt advocaat De Lang. De Nederlandse Onderzoeksraad voor Veiligheid schaart zich achter de conclusie: vlucht 771 is verongelukt door fouten van de piloot en co-piloot in combinatie met slecht weer.

Dit onderzoek kon worden voltooid omdat Nederland met LibiÎ in gesprek wist te blijven, zegt advocaat Mewa. ‘LibiÎ was weliswaar een discutabele staat, maar desondanks een staat. Het was een totaal andere situatie dan nu met die rebellen in de OekraÔne.’