Blog Bas Hopman | Festiviteiten en fracturen: de letselschadekant van vuurwerk
11 januari 2024 
in Actueel

Blog Bas Hopman | Festiviteiten en fracturen: de letselschadekant van vuurwerk

Het landelijke beeld van de jaarwisseling 2023-2024 onthulde opnieuw een alarmerend aantal vuurwerkslachtoffers, een terugkerend fenomeen dat jaarlijks zijn tol eist. Hoewel er een lichte daling is opgetreden in het totale aantal slachtoffers in vergelijking met voorgaande jaren, valt op dat het letsel veroorzaakt door zwaar en met name illegaal vuurwerk juist is toegenomen. Bovendien blijkt dat steeds meer jongeren zowel onder de slachtoffers als degenen die overlast veroorzaken, vallen. Op de afdelingen spoedeisende hulp van ziekenhuizen en huisartsenposten meldden zich dit jaar 1.212 vuurwerkslachtoffers, terwijl de brandweer maar liefst 3.680 meldingen ontving. De schade aan eigendommen loopt in de miljoenen. Daarnaast werden in met name de grote steden politieagenten, hulpverleners en brandweermannen bekogeld met zwaar vuurwerk, wat in veel gevallen resulteerde in letsel (denk aan: fracturen, brandwonden, gehoorschade, oogletsel).

Niet voorkomen, maar bestraffen
De Politie heeft opgeroepen tot een landelijk vuurwerkverbod, maar dit pleidooi lijkt op dovemansoren te vallen. Een meerderheid van de Tweede Kamer blijft namelijk tegen een algemeen vuurwerkverbod. De prioriteit ligt niet bij het voorkomen van slachtoffers, maar op het opsporen en achteraf bestraffen van de overlastveroorzakers. Een vuurwerkverbod zou volgens veel politici de problemen namelijk niet oplossen. Dit doet mij denken aan de in de Verenigde Staten veel gebruikte drogredenering "Guns don’t kill people, people kill people," om strengere wapenwetgeving te voorkomen. Halve maatregelen zoals het verbieden van bivakmutsen worden wel voorgesteld.

De rol van het aansprakelijkheidsrecht
Ondanks dat het voorkomen van vuurwerkschade vanuit maatschappelijk perspectief de voorkeur verdient boven het achteraf vergoeden daarvan, zullen we de komende jaren nog vastzitten aan deze door politiek Den Haag gehanteerde ex-post-benadering van het vuurwerkprobleem. Het is dan de vraag of vuurwerkslachtoffers hun letselschade gecompenseerd kunnen krijgen en zo ja, wanneer. Het antwoord op die vraag is, zoals in het recht meestal het geval is, afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Wel valt er in algemene zin het één en ander te zeggen over de mogelijkheden van vuurwerkslachtoffers. Daarover gaat het restant van deze blog.

Twee soorten slachtoffers
Er zijn grofweg twee manieren waarop iemand slachtoffer kan worden van vuurwerk, namelijk als (a) omstander en als (b) gebruiker.

De omstander
 Als iemand letsel oploopt door het afsteken van vuurwerk door een ander, kan de gebruiker aansprakelijk zijn op basis van artikel 6:162 BW. Er ontstaat echter pas een vergoedingsverplichting als sprake is van gevaarzetting. Daarbij moet opgemerkt worden dat niet elk gevaarlijk handelen leidt tot aansprakelijkheid. Autorijden brengt inherent immers ook een zeker gevaar met zich mee voor medeverkeersdeelnemers (Betriebsgefahr). Dit maakt autorijden an sich echter niet onrechtmatig. Zo is het eigenlijk ook met vuurwerk. De Rechtbank Oost-Brabant (ECLI:NL:RBOBR:2020:345) heeft in dit kader overwogen dat het afsteken van vuurwerk "niet automatisch als onrechtmatig wordt beschouwd op het enkele feit dat een ander letsel oploopt en schade lijdt." Het is pas onrechtmatig als de waarschijnlijkheid dat het afsteken van het vuurwerk leidt tot een ongeval waarbij iemand letsel oploopt zo groot is dat de gebruiker zich volgens de normen van zorgvuldigheid van het afsteken van het vuurwerk had moeten onthouden.

De te beantwoorden vraag is dus of de vuurwerkgebruiker, gelet op de omstandigheden van het specifieke geval, onvoldoende zorgvuldig heeft gehandeld. Relevant is dan of bij het gebruik de wet en de geldende voorschriften in acht zijn genomen. Het gaat daarbij om de afsteeksinstructies die zijn opgesteld en de veiligheidsinstructies die bij de gebruiker bekend behoorden te zijn. Het is voor letselschadeadvocaten van vuurwerkslachtoffers raadzaam om de Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk, het Vuurwerkbesluit en de Pyrorichtlijn te raadplegen. Deze documenten geven inzicht in de huidige maatschappelijke zorgvuldigheidsnormen.

Wanneer zal er in de regel sprake zijn van onrechtmatig handelen? Ik denk dan aan situaties waarbij een pijl wordt afgeschoten zonder een stevige en stabiele ondergrond, een pijl wordt afgeschoten bij zeer harde wind, onvoldoende afstand wordt gehouden tot omstanders, eerder afgestoken maar niet afgegaan vuurwerk opnieuw wordt aangestoken, vuurwerk naar argeloze omstanders wordt gegooid, vuurwerk binnenshuis wordt afgestoken, en illegaal vuurwerk (zoals Romeinse kaarsen, Cobra’s en babypijltjes) in de nabijheid van omstanders wordt afgestoken, met letsel tot gevolg.

Als het slachtoffer een ongevallenverzekering heeft, kan het slachtoffer daar mogelijk, afhankelijk van de polisvoorwaarden, ook een beroep op doen.

Als het letsel wordt opgelopen bij zorgvuldig gebruik, kan er sprake zijn van eigen onvoorzichtigheid aan de kant van de omstander, van een ongelukkige samenloop van omstandigheden of van gebrekkig vuurwerk. In de eerste twee situaties kan het slachtoffer hooguit bij zijn ongevallenverzekering terecht, mits deze is afgesloten en dekking biedt. In het laatste geval is de producent (of importeur) van het vuurwerk mogelijk aansprakelijk op grond van artikel 6:185 BW. Dit zal bijvoorbeeld het geval zijn als het vuurwerk direct na het aansteken daarvan ontploft.

Onder omstandigheden kunnen omstanders die letsel oplopen door vuurwerk hun schade verhalen op de gebruiker of producent daarvan. Er kunnen zich er echter wel praktische problemen voordoen, zoals bewijsproblemen (wie heeft het letsel veroorzakende vuurwerk afgestoken of is er sprake van gebrekkig vuurwerk?), verhaalproblemen (is de gebruiker van het vuurwerk WA verzekerd of beschikt hij zelf over voldoende financiële middelen?) en dekkingsproblemen (heeft de gebruiker opzettelijk of roekeloos gehandeld?). Doen dit soort problemen zich voor, dan kan een eigen ongevallenverzekering mogelijk soelaas bieden. Een letselschadeadvocaat kan slachtoffers adviseren over de mogelijkheden.

De gebruiker
Als een gebruiker zelf letsel oploopt, kan dat komen door eigen onhandigheid, onvoorzichtigheid of pech, maar ook doordat men onbewust gevaarlijk vuurwerk heeft afgestoken. Verliest de eigenaar van gevaarlijk vuurwerk bijvoorbeeld de controle over dit vuurwerk, en valt het vuurwerk vervolgens in handen van derden die niet op de hoogte zijn van het specifieke aan dat vuurwerk verbonden gevaar, dan kan de eigenaar, wanneer het gebruik van het vuurwerk letsel veroorzaakt, op grond van artikel 6:162 BW aansprakelijk zijn voor de schade. In dat geval is er echter mogelijk wel sprake van een bepaald percentage eigen schuld in de zin van artikel 6:101 BW. Het is immers in de regel ook onzorgvuldig om andermans vuurwerk zomaar af te steken.

Ook hier geldt dat als een gebruiker gebrekkig vuurwerk afsteekt en hierdoor zelf letsel oploopt, de producent hiervoor mogelijk aansprakelijk is op grond van artikel 6:185 BW.  

Bovendien, als de gebruiker een ongevallenverzekering heeft, kan hij daar mogelijk, afhankelijk van de polisvoorwaarden, ook een beroep op doen.

Nogmaals, letselschadeadvocaten kunnen slachtoffers adviseren over hun mogelijkheden.

Slot
Letselschadeadvocaten zetten zich voornamelijk in voor het verkrijgen van schadevergoeding van een aansprakelijke partij. Desondanks is voorkomen altijd beter dan herstellen. De landelijke politiek speelt hierin een cruciale rol, maar het blijft afwachten of het aanstaande kabinet de wil heeft om te kiezen voor een aanpak gericht op schadevoorkoming. Helaas is de kans groot dat deze blog ook bij de volgende jaarwisseling nog relevant is. 

Uw verhaal samen met ons bespreken?

Dat kan geheel vrijblijvend!

Tijdens dit gesprek delen wij graag onze kennis en overleggen we de aanpak.

Indien nodig stappen we voor u naar de rechter.