De arbeidsongeschiktheidsverzekering en whiplash

Whiplash-gerelateerde klachten (hierna ook WAD I/II genoemd) worden in Nederland beoordeeld door een neuroloog. Er worden meestal geen neurologische afwijkingen vastgesteld door een neuroloog bij whiplash en dat zorgt voor veel discussie als het gaat om afwikkeling van de schade voor mensen met WAD-klachten.[1] Maar niet alleen in letselschadezaken worden deze discussies gevoerd, ook mensen met een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) krijgen daarmee te maken.

Een voorbeeld daarvan is een procedure die een kantoorgenoot van mij vorig jaar voerde voor een cliënte die kampte met whiplashklachten als gevolg van een verkeersongeval. Zij had bij haar AOV-verzekeraar aangeklopt voor arbeidsongeschiktheidsuitkering maar had nul op het rekest gekregen. De zaak werd vervolgens voorgelegd aan de rechter. De Rechtbank Oost-Brabant heeft in deze zaak op 10 augustus 2016 uitspraak gedaan.[2]

Waar ging het in deze zaak om?

Volgens de arbeidsongeschiktheidsverzekeraar vielen de whiplashklachten van onze cliënte niet onder de dekking van de AOV-polis, omdat daarin het volgende was bepaald:

Een door de verzekerde geclaimde ziekte, aandoening of letsel moet medisch objectiveerbaar zijn.”

Aangezien het volgens de verzekeraar bij whiplash gaat om medisch niet-objectiveerbare klachten ontving onze cliënte geen arbeidsongeschiktheidsuitkering. Namens onze cliënte werd daartegen aangevoerd dat men het er in de medische wetenschap wel degelijk over eens is dat het postwhiplashsyndroom een medisch vast te stellen ziektebeeld is en dus medisch objectiveerbaar is. Dat er geen klinische afwijkingen te vinden zijn staat daaraan niet aan in de weg.

De rechtbank oordeelde dat het gebruik van het begrip ‘medisch objectiveerbaar’ als voorwaarde voor dekking verwarrend is. Bij een postwhiplashsyndroom gaat het om een medisch erkend, herkenbaar en benoembaar ziektebeeld, maar toch wordt volgens de verzekeraar geen dekking verleend omdat geen medisch te objectiveren afwijkingen of letsel kunnen worden vastgesteld. Voor een leek op medisch gebied is dat niet te volgen. Onze cliënte had volgens de rechtbank niet uit de tekst van de polisvoorwaarden hoeven te begrijpen dat geen recht op uitkering zou bestaan in het geval zij arbeidsongeschikt zou worden als gevolg van WAD I/II. De whiplashklachten passen volgens de rechtbank bij een in de neurologie – vgl. ook de Richtlijn Diagnostiek en Behandeling van mensen met Whiplash Associated Disorder I/II uit 2008 (NvN-Richtlijn) – erkend ziektebeeld, wat herkenbaar en benoembaar is. De verzekeraar mocht de arbeidsongeschiktheidsuitkering dan ook niet weigeren.

Na deze uitspraak hebben beide partijen met elkaar overleg gevoerd en is aan onze cliënte gelukkig alsnog een arbeidsongeschiktheidsuitkering toegekend.

 

[1] Zie mijn blog van juli 2017: https://www.whiplashstichting.nl/?pid=main&id=310

[2] Zie: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2016:4347