Moeder van 17-jarige abortus-slachtoffer kent geen genade

Utrechts Nieuwsblad | Op 28 maart 2001 overleed Nanar van Homeijer. De 17-jarige Hilversumse was het eerste dodelijke slachtoffer van abortus in een Nederlandse kliniek. Oorzaak: een overdosis verdovingsmiddel. De moeder van Nanar zit in een depressie. En na de uitspraak van de rechter onlangs, is ze ook het vertrouwen in de rechtsstaat kwijt.

Tijdens een korte vakantie op Cyprus, haar enige verzetje in drie jaar, zat daar een vogeltje op het terras. Een teer en vrolijk vogeltje. En dat vogeltje liet haar niet meer in de steek. Het zong, het keek haar zo doordringend aan. Rickie van Homeijer weet het vrijwel zeker: als overledenen communiceren, doen ze dat via energie of dieren. In dat vogeltje voelde ze de nabijheid van Nanar. “Ze zal nog veel te vertellen hebben gehad. Maar wat? Ik vermoed onder andere dit: vergeef het mij, mama.”

Maart 2001 overleed Nanar van Homeijer aan de gevolgen van een medische blunder. De abortuskliniek Het Vrelinghuis aan de Utrechse Biltstraat was verantwoordelijk. Haar moeder Ricbe: “Het doel van mijn leven is weg. Ik maak geen plannen meer. Ik zie geen enkel perspectief. Mij is het àllerergste overkomen: je kind verliezen. Een kind van zeventien, in de kracht van haar leven.” Verdriet, onmacht, wrok. Het gemoed van Rickie van Homeijer (54) kolkt al drie jaar van emoties. Ze lijdt aan zware depressies. Ze heeft een man – 82, zwak, ziek – en een zoon – Hendrik, de tweelingbroer van Nanar, die het thuis nu ‘zo leeg en verdrietig’ vindt. Natuurlijk, zij zijn er ook nog, maar het is toch vooral wrok wat haar op de been houdt. “Die uitspraak is een aanfluiting. Acht
maanden voorwaardelijk… Wat is dit voor een land?”
..
De geneesheerdirecteur van Het Vrelinghuis is volgens de rechtbank schuldig aan de dood van Nanar. De verpleegkundige, die ‘s ochtends de spuiten had klaargelegd, kreeg zes maanden voorwaardelijk. De uitspraak was enkele weken geleden. Nanar overleed twee weken nadat haar een overdosis van het verdovingsmiddel lidocaïne was toegediend. Volgens het etiket op de doos bevatten de ampullen 1 procent van het middel. In werkelijkheid was dat 10 procent. Op de ampullen zelf stond overigens wel de juiste samenstelling. De ampullen waren anders dan anders. Van glas in plaats van plastic. Voor de verpleegkundige was dat geen reden extra alert op de inhoud te zijn en de geneesheerdirecteur vertrouwde op het label dat hij weken eerder al had gecontroleerd.

Jaarlijks overlijden elf mensen door een verkeerde of mislukte verdoving. Door vermijdbaar medisch falen vallen zelfs meer doden dan in het verkeer: dagelijks 5 tot wel 20. Dat zegt professor Kingma, hoofdinspecteur van de Volksgezondheid. Nanar was niet de eerste met wie het die ochtend misging. Anderhalf uur eerder werd een andere patiënte – die het zou overleven – met een insult per ambulance naar het UMC vervoerd.

De arts vermoedde een gesprongen ader in de hersenen. Hij rook pas lont toen het vervolgens ook met Nanar fout ging. Nanar zwanger? Haar moeder wist van niets. Niemand in de familie wist ervan.
“Ze had niet eens een vriend,” zegt Rickie. “In het UMC moest ik het gezelschap dulden van een jongen van zestien met zijn moeder. Nooit eerder gezien. Die moeder heeft Nanar overgehaald om abortus te plegen. Dat is me later pas duidelijk geworden.” Zelf verbleef ze in maart 2001 in het buitenland. Vakantie in Costa Rica, later op bezoek bij één van haar zussen in Californië. “Daar kreeg ik dat telefoontje. UMC? Ik dacht aan mijn man, daarna aan Hendrik. Nanar? Nee, toch niet Nanar. Ze werd in diepe slaap gehouden. De vliegreis naar Nederland… Het KLM-personeel was zo lief, maar alles spookt door je kop. Dat ongeloof over die abortus. Nanar was een verstandig meisje. We hadden een goed contact. Vele keren heb ik haar gewaarschuwd voor de verlokkingen. Het gevaar loert overal. Ik snapte het niet. Ik snap het nog steeds niet. Ik ben in 1976 vanuit Libanon naar Nederland gekomen. Ik ben Armeense. Nanar leek op mijn moeder. Ze was warm. Ze was mooi, artistiek, ze schreef en tekende, ze zong en was sportief. Ze deed aan paardrijden. En die lach. Als Nanar lachte moest iedereen wel meelachen. Mijn god… toen ze 13 was hebben we haar van het Comenius College gehaald. Die school was zo rot als een mispel. We wilden haar een betere omgeving bieden. Met meer controle, minder drugs, minder losbandigheid. Ze is toen twee jaar in Canada op een privateschool geweest. Daar woont mijn broer. Ze kon bij hem in huis logeren. Montreal is een grote westerse stad, maar qua normen en waarden onvergelijkbaar met Nederland. Beseffen we wel hoe Nederland is verworden? Dit in de grond zo eerlijke, lieve land, dat ik als mijn tweede vaderland ben gaan beschouwen.

Meneer ging lekker met vakantie toen ik naast het sterfbed van mijn dochter stond.

Mijn broer hield het in 1978 al niet meer uit in Amsterdam. ‘Hij zei: ‘De McDonald’s vol kinderen staat op de ene hoek, de seksshop op de andere. Dat is niet uit te leggen.’ Hier wilde hij zijn drie kinderen niet groot laten worden. Ik ben het nu met hem eens. Als ik aan die Armeense gemeenschap in Libanon denk… Met wel 120 eigen kerken en scholen. Alleen al Beiroet telt drie Armeense universiteiten. Natuurlijk is de ellende groot: twintig jaar oorlog, Palestijnse vluchtelingen in kampen, de slachtingen in Sabra en Chatila, maar de menselijke warmte is daar oneindig veel groter dan hier. Wat je hier hoort over de arabische wereld is westerse propaganda. Dat beeld wordt zo vertroebeld.”

Terug in Nederland – “met een acht komma zoveel gemiddeld op haar rapport” – zette Nanar haar studie voort op de Amerikaanse school in Hilversum. In haar vrije tijd hielp ze haar moeder in het atelier. Sieraden maken. Geen gewone sieraden. maar hele mooie peperdure; afgezet met kristal en parels. In Libanon was moeder Rickie journaliste. In het vliegtuig op weg naar haar broer in Amsterdam ontmoette ze een geoloog van Ballast Nedam. En via hem maakte ze weer kennis met haar huidige man. de ingenieur J. van Homeijer. Destijds topman bij Ballast Nedam. Zo ging dat. Maar ze leidde ook haar eigen artistieke leven. Importeerde mode uit Amerika (“de Dynasty Collection”). begon eèn atelier aan de ‘s Gravelandseweg, had klanten als Whitney Houston. Julio Iglesias.
Robert de Niro. Joan Collins. En ook leden van de koninklijke familie. Later begon ze sieraden te maken. Opdrachtgevers in Parijs. Omzet: soms wel acht ton.

Ze leverde aan vorstenhuizen. ze ging corresponderen met Farah Pahlavi Diba (“die zes jaar geleden haar dochter verloor”) en Jihane Sadat, de weduwe van de in 1981 vermoorde president van Egypte. “Ik had een geweldig leven. Nu is dat allemaal over.” Want werken kan Rickie niet meer. Sinds maart 2001 staat de klok stil. In haar atelier in één van de vertrekken van de ruime Hilversumse villa zit Rickie voortaan. Brieven tikken, internetten. sigaretjes roken. en bellen. Heel veel bellen met de familie in het buitenland. “In de tuin wil ik nog wel afleiding vinden. Maar werken? Hoe kan ik mooie dingen creëren in de wetenschap dat Nanar hier naast me had kunnen zitten? Ik kom de deur niet meer uit. Ja, boodschappen doen. En die tuin dan. Niets biedt troost. Lachen durf ik niet meer. Dan voel ik me vreemd. Mijn ziel is geamputeerd. Kinderen zijn een geschenk; je krijgt ze om het leven door te geven. Ik heb een kristallen huwelijkskroon laten maken voor de prinses van een land waarvan ik de naam niet mag noemen. Zo mooi! Ik heb er dan ook twee laten maken. Die andere was voor Nanar. Voor als ze ooit ging trouwen. Mijn god… Ik ben zo woedend. Mijn zussen en vrienden bellen elke dag. Je moet weg uit dat land, zeggen ze. Misschien moet ik weg. ja. Het te vrije westen gaat zijn ondergang tegemoet. Mensen hebben te veel rechten en te weinig plichten. Er moet balans zijn tussen rechten en plichten. De welvaartsstaat is bankroet. Ik zeg niet dat je een volk moet onderdrukken. Maar liever een verlichte dictatuur dan een op hol geslagen democratie. Kinderen zijn materieel verwend tot in de afgrond. Ze hebben niemand meer nodig. Het systeem geeft ze alles. Behalve liefde. Mensen hebben geen oog meer voor elkaar. De economische zekerheid wordt belangrijker geacht dan de emotionele. De regering maakt het zelfs mogelijk ongestraft een kind af te maken. Per ongeluk zwanger? Dat gaan we toch even oplossen. Al ben je zeventien en voor de wet minderjarig. Toestemming van de ouders? Ben je gek. Ik walg ervan. Ik ben niet zo religieus. maar mensen hebben naar mijn overtuiging wel degelijk een geloof nodig. Zonder geloof geen richtsnoer. De enige richtlijn vandaag is: ikke, ikke, ikke. De mens is een beest. Geef hem vrijheid en hij is nietsontziend. Zonder sturing vervallen
mensen in onverantwoord gedrag. Stel je een parkeergarage zonder belijning voor. Dat
wordt chaos. “

Per ongeluk zwanger? Dat gaan we toch even oplossen.
Al ben je zeventien en voor de wet minderjarig.

Ze zal niet rusten voordat… Ja voordat wat? “Oog om oog, tand om tand. Sorry, maar ik ken geen genade. Die arts heeft ons gestraft terwijl we volkomen onschuldig zijn. Maar de rechter heeft hem niet gestraft. Acht maanden voorwaardelijk.. kom. Het was feest voor die man.” Ze ergerde zich vooral aan die houding. “Kil. arrogant. Hij heeft me nooit gebeld of geschreven. Nooit. Meneer ging lekker met vakantie toen ik naast het sterfbed van mijn dochter stond. De kliniek is geen dag gesloten geweest. Nog geen uur. Business as usuaI. Geen compassie. De verpleegkundige is nu een vrouw van 70. Die toonde tenminste berouw. Ze heeft meer fatsoen dan hij. Meneer ging over tot de orde van de dag. Terwijl hem zo veel te verwijten valt. Hij heeft niet gecontroleerd wát hij injecteerde; hij ging rustig koffie drinken na het insult van die andere vrouw; hij heeft fouten gemaakt bij de beademing waardoor braaksel in de longen van Nanar terecht kwam; hij heeft het ambulance-personeel niet verteld van die lidocaïne; hij heeft geen berouw getoond en geen schuld op zich genomen.” Hoger beroep volgt. Jazeker. En daarbij nog een civiele zaak. Of het verzachting zal bieden? “Welnee. Het enige wat ik wil is gerechtigheid. Ik heb voor de eerste zitting de rechter een brief geschreven. Daarin staat dat sinds maart 2001 de vleugel bij ons thuis is gesloten. The piano is covered, it’s tune is lost. Dat blijft. Ik kan Nanar’s kamer niet opruimen. Die is onveranderd. Badjas, jasje, tas. Het hangt of staat er nog net zo. Er gaat geen dag voorbij zonder jankpartij. Ik heb twee jonge poezen. Uit hetzelfde nest. Ze zijn door mijn broer uit Canada meegebracht. De een heet Candy, de ander Nani. Ze zijn zo lief. Vaak denk ik: Nani. praat nou eens…”