Blog | Hersenletsel bij (top)sporters

In het Verenigd Koninkrijk zijn meer dan 200 oud-rugbyspelers  een groepsgeding gestart tegen de overkoepelende rugbyorganisaties (World Rugby, Welsh Rugby Union (WRU) en de Rugby Football Union (RFU)).  De rugbyers zijn van mening dat deze organisaties te kort geschoten zijn in de bescherming tegen hersenletsel.

Beginnende dementie

Lenny Woodard doet ook mee aan het groepsgeding. De oud-international werd in 2021 op 46-jarige leeftijd gediagnosticeerd met beginnende dementie. Hij is één van de gezichten van de commissie die de betrokken spelers representeert. Volgens hem gaat het de spelers vooral om het verminderen van de onzekerheid die hun naasten tegemoet gaan: ‘’Over negen jaar heb ik fulltime zorg nodig. Als ik 75 word, betekent dat twintig jaar volledige zorg. Op dit moment zou dat 1.500 pond per week kosten. De kosten gaan dan richting de miljoenen’’.

De Engelse letselschade jurist Crispin Cormack (Coles Miller Solicitors, gespecialiseerd in onder andere hersenschuddingen) geeft aan de BBC aan dat hij gelooft dat een claim als deze honderden miljoenen aan schadevergoedingen op zou kunnen leveren. Andere specialisten hebben dit beaamd.

Geen aansprakelijkheid erkend, wel schadevergoeding

Nu is dit een specifiek voorbeeld uit het Verenigd Koninkrijk. Zijn er voorbeelden te vinden uit andere landen? In 2013 is er tegen de Amerikaanse NFL (National Football League) een soortgelijke zaak aangespannen. Hier is een schikking uitgekomen. De NFL heeft meer dan 856 miljoen dollar uitgekeerd aan oud-professionals via hun speciaal opgerichte hersenschudding-fonds. Opvallend is wel dat er in deze schikking geen aansprakelijkheid erkend is door de NFL en dat er ook niet verklaard is dat de hersenschuddingen door de sport veroorzaakt zijn.

 Koppende kinderen niet langer toegestaan

Rugby is niet de enige sport waar de link met hersenletsel gelegd wordt. Ook voetbal is in het Verenigd Koninkrijk in opspraak geraakt voor de gevolgen van hersenletsel door deze sport. Twee jaar geleden heeft de Engelse voetbalbond de richtlijn ingesteld dat voetballers per trainingsweek nog maar tien keer mogen koppen. In Schotland is sinds 2020 al een kop-verbod voor kinderen onder de 12 jaar. Ook heeft de Schotse voetbalbond besloten dat er voor en na (professionele) wedstrijden niet meer ‘voor de lol’ gekopt mag worden. Dit alles om het risico op hersenletsel te voorkomen.

Voetbal klinkt voor veel Nederlanders al een stuk dichter bij huis dan rugby. Vorig jaar werd bekend dat de Nederlandse oud-voetballer Wout Holverda door zijn sportcarrière dementie heeft gekregen. Onderzoekers aan het Amsterdam UMC linkten deze dementie na zijn dood aan het vele koppen. Volgens Docs De Podcast van NPO Radio 1 (aflevering 61 – Koppie Kapot), kunnen behalve dementie, ook ziektes als Parkinson en ALS het gevolg zijn van te vaak een bal hard op je hoofd krijgen.

Soortgelijke regels of rechtszaken als in het Verenigd Koninkrijk zijn er in Nederland (nog) niet. Maar hoe groot is de kans van slagen als je besluit jouw voetbalvereniging aansprakelijk te stellen voor hersenletsel dat je opgelopen hebt door de sport?

Spelregels boven de zorgplicht?

Een voetballer is in dienst van een club. Iedere professionele speler heeft een arbeidsovereenkomst met die club. Dit betekent dat de club een zorgplicht heeft voor de spelers. Deze zorgplicht draagt werkgevers op ervoor te zorgen dat de werknemers hun werk zo veilig en gezond mogelijk kunnen uitvoeren (7:658 BW). In deze wet staat ook beschreven dat werknemers die schade lijden tijdens de uitoefening van het werk, deze schade vergoed moeten krijgen van de werkgever. Dit is zo, tenzij de werkgever aantoont dat aan de zorgplicht is voldaan.

In de sportwereld ligt dit soms wat ingewikkelder. Naast de algemene wetten en regels is er sprake van spelregels en -regelementen. Volgens de KNVB moet bij onzekerheid over een hersenschudding een speler altijd gewisseld worden. Er moet tijdens professionele wedstijden direct na een ongeval bepaald worden of een speler licht of ernstig geblesseerd is. Door de snelheid waarmee dit gebeurt, is een verkeerde inschatting zo gemaakt. Uit eerdere jurisprudentie blijkt dat spelregels in verschillende situaties een bepaalde invloed kunnen hebben op wat er van een club verwacht mag worden met het oog op de zorgplicht.

Winnen belangrijker dan mee kunnen blijven doen?

Waar voor een buitenstaander een zogenaamd ‘kopverbod’ een oplossing lijkt, levert dat in de praktijk best nog wat kopzorgen op. De maatregel kan niet vanuit een club komen, of zelfs vanuit een land. Wanneer dat zou gebeuren, krijg je namelijk oneerlijke situaties. Heeft het team dat wel mag koppen dan niet meer kans op de winst? Bovendien is het dan nog de vraag welke regel je aanhoudt in een wedstrijd. Wat ook weer kan betekenen dat er financieel gewin zou kunnen zijn bij het wel mogen koppen. Deze oneerlijkheid kan alleen weggenomen worden als er een algemene IFAB (International Football Association Board) spelregelwijziging zou komen.

Hersenletsel

Terug naar de speler met hersenletsel. Als iemand zijn beroep niet meer uit kan voeren door hersenletsel levert dit veel problemen op. Financiële problemen door het gemis aan inkomsten en medische kosten, maar ook de kans op psychische problemen zal toenemen. Bovendien is een hersenschudding heel lastig aan te tonen. Een ‘gewone’ hersenschudding is namelijk niet zichtbaar in de hersenen. Op een CT- of MRI-scan is niets te zien. Het is voor de speler dus heel lastig om aan te tonen dat zijn werk daadwerkelijk een hersenschudding opgeleverd heeft. Terwijl een hersenschudding nog heel lang (of zelfs altijd) op kan blijven spelen tijdens een training of wedstrijd.

Tot slot

Als voetballer (of andere sporter) je werkgever aansprakelijk stellen voor geleden hersenschade is een lange en zeer moeilijke weg. Zowel de causaliteit als de hersenschudding an sich zijn lastig aan te tonen. Hoewel er steeds meer aandacht komt voor hersenletsel door voetbal, loopt Nederland in vergelijking met sommige andere landen nog achter. Wellicht dat de jeugd beschermen een goede eerste stap kan zijn. Voor de rugbyspelers uit het Verenigd Koninkrijk is het in ieder geval nog even afwachten of Crispin Cormack gelijk blijkt te hebben met zijn inschatting.