Het ontstaan van letselschade na een medische fout

Het ontstaan van letselschade na een medische fout

Regelmatig lees je over medische fouten artikels in de krant. Waar mensen aan het werk zijn, worden er fouten gemaakt. Ook artsen zijn mensen en dus worden er in het ziekenhuis al eens fouten gemaakt. Niet elk ongewenst effect van een behandeling of elke complicatie is echter een medische fout. We leggen uit wat een medische fout is en geven aan hoe de schadevergoeding na een medische fout wordt berekend.

 

 

Het feit dat een behandeling niet het gewenste effect heeft, wil niet automatisch zeggen dat er sprake is van een medische fout. Men spreekt pas van een fout wanneer de medische behandeling gezondheidsschade veroorzaakt, en een redelijk bekwame en redelijk handelende arts deze schade zou hebben kunnen voorkomen of verminderen. Een voorbeeld van een medische fout is wanneer de arts de patiënt de verkeerde medicatie voorschrijft, terwijl hij of zij weet of behoort te weten dat de patiënt allergisch is voor de ingrediënten.

Een medische fout dient echter onderscheiden te worden van een 'complicatie'. Er is sprake van een complicatie wanneer er een probleem optreedt tijdens een medische behandeling, ondanks het juist handelen van de arts. Een voorbeeld van een complicatie is wanneer een patiënt allergisch blijkt te zijn voor de voorgeschreven medicatie, en de arts dit niet wist of dit redelijkerwijs niet kon weten. Een fout is met andere woorden verwijtbaar en resulteert in een schadevergoeding, maar bij een complicatie is dat niet altijd het geval. Bij een complicatie kan een slachtoffer recht hebben op een schadevergoeding als de arts of specialist de patiënt hier vooraf niet voldoende over heeft geïnformeerd (schending van de informatieplicht). Door niet te informeren, heeft hij een fout gemaakt. Hierdoor is het optreden van de complicatie toch verwijtbaar en resulteert het in een schadevergoedingsplicht. In het andere geval is de complicatie niet verwijtbaar.

Niet elke fout is een medische fout

De geneeskunde is geen exacte wetenschap. Een arts kan dan ook nooit met 100% zekerheid garanderen dat een behandeling risicoloos is of het gewenste effect zal hebben. Tussen de arts en de patiënt bestaat er echter wel een geneeskundige behandelingsovereenkomst. De geneeskundige behandelingsovereenkomst is in het Burgerlijk Wetboek uitgewerkt. Het bevat informatie over welke verplichtingen de arts, die dus geen resultaatsverbintenis heeft, wel heeft.

Volgens de wet moet de arts bijvoorbeeld over de toestemming van de patiënt beschikken voordat hij een operatie uitvoert. Daarnaast moet hij de patiënt informeren over de behandeling en over de goede en de kwade kansen. Bovendien moet de arts zich aan een geheimhoudingsplicht houden. Alsook is de arts gehouden om zich als een goed hulpverlener te gedragen. De arts kan zijn aansprakelijkheid ten slotte niet contractueel beperken.

In ieder geval zal niet elke fout een medische fout inhouden waarvoor de arts aansprakelijk is. De gebeurtenissen zullen steeds worden bekeken in het licht van de geneeskundige behandelingsovereenkomst en de zorgplicht die de arts heeft.

 

De wettelijke norm van een goede hulpverlener

 

Waar het eigenlijk om gaat, is dat een arts zich als een goede hulpverlener moet gedragen. Deze wettelijke norm is opgenomen in artikel 7:453 BW. Dit artikel bepaalt dat de hulpverlener moet handelen in overeenstemming met de verantwoordelijkheid die op zijn schouders rust en conform de geldende professionele standaard. Alle gedragingen van de hulpverlener worden aan deze norm getoetst.

 

In feite beoogt deze norm net hetzelfde als de norm van de redelijk bekwame en redelijk handelende beroepsbeoefenaar die in 1990 door de Hoge Raad werd geïntroduceerd en die ook al op andere beroepsbeoefenaren wordt toegepast. Hoewel hierbij het woord 'redelijk' wordt gebruikt, wil dit niet zeggen dat dit een voorzichtige toetsing impliceert. Op dit punt is artikel 7:453 BW dan ook duidelijker. Het hanteert namelijk niet het woord 'redelijk', maar heeft het over een 'goed beroepsbeoefenaar'. Er zijn ook duidelijke raakvlakken met de zogeheten Kelderluikfactoren. Zonder in detail te treden, wil dit zeggen dat bij het toetsen van het gedrag van de zorgbeoefenaar rekening wordt gehouden met de volgende factoren:

 

  1. De ernst en de omvang van het risico dat de patiënt loopt
  2. De mate van de waarschijnlijkheid dat dit risico zich zal manifesteren
  3. De mate waarin de patiënt blijk geeft zich reeds van dat risico bewust te zijn

Deze factoren zullen er bijvoorbeeld voor zorgen dat een arts duidelijker en uitgebreider moet informeren over de grote risico's waarbij de kans groot is dat ze zich zullen manifesteren, dan bij kleine risico's waarbij deze kans klein is. Sommige neveneffecten zijn zelfs zo uitzonderlijk dat er niet kan worden verwacht dat een arts erover informeert. Ook de kenniskloof tussen de arts en de patiënt speelt een rol. Meestal is deze kenniskloof behoorlijk groot en moet de arts uitgebreid informeren over de goede en de kwade kansen van de behandeling.

 

Op het einde van de rit moet de patiënt in ieder geval een weloverwogen beslissing kunnen nemen over de medische behandeling. Als de patiënt dan vrede heeft genomen met de risico's, kan hij een arts die zich als een goede hulpverlener heeft gedragen, niet zomaar aansprakelijk stellen als dit risico zich uiteindelijk manifesteert.

 

In de praktijk zijn er door de beroepsgroep gedetailleerde gedragsregels opgesteld die rekening houden met deze aansprakelijkheidsregels en die door de tuchtcolleges worden afgedwongen. Deze gedragsregels geven invulling aan de norm waaraan het gedrag van de hulpverlener wordt getoetst. Het is meteen ook de reden waarom er bij het indienen van schadeclaims vaak wordt verwezen naar tuchtrechtelijke beslissingen: een tuchtrechtelijke beslissing kan een indicatie zijn dat de wettelijke norm niet is gerespecteerd.

 

 

Het principe is dat de arts een geneeskundige behandelingsovereenkomst heeft met de patiënt. De zorgplicht van de arts, getoetst aan de norm van de goede hulpverlener, is dan ook tot deze patiënt beperkt en strekt niet tot de bescherming van derden. Het is bijvoorbeeld niet aan een arts om een seriemoordenaar niet te behandelen, omdat hij later misschien mensen zou kunnen doden. Dit is ook vastgelegd in de deontologische codes en verklaart waarom de hulpverleners van Artsen Zonder Grenzen in Afghanistan ook terroristen opnieuw op de been helpen. Ze hebben een zorgplicht ten opzichte van de patiënt en de rest is de taak van de autoriteiten of de internationale gemeenschap.

 

Ondanks dit belangrijk principe kan de zorgplicht van de arts zich in uitzonderlijke gevallen wel tot derden uitstrekken. Dit is met name het geval in het kader van zwangerschappen en bevallingen. Bij een bevalling is de patiënt in principe het ongeboren kind, maar de arts heeft toch ook een zorgplicht ten opzichte van de moeder en zelfs ten opzichte van haar partner. Als ze ten gevolge van de bevalling een psychisch letsel oplopen, kan de arts aansprakelijk zijn.

 

De zorgplicht van de arts kan zich ook in andere gevallen uitstrekken tot de partner van de patiënt. Dit is voornamelijk het geval wanneer er raakvlakken zijn met het recht op familieleven. Deze situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen wanneer een arts een sterilisatie uitvoert en dit in een zogeheten wrongful birth resulteert. De arts kan dan aansprakelijk zijn ten opzichte van de partner die met een ongewenst kind te maken krijgt, omdat de arts een medische fout heeft gemaakt bij deze sterilisatie.

 

Tegenover de aansprakelijkheid bij een wrongful birth staat de aansprakelijkheid bij een wrongful life. Het gaat om de situatie waarbij een arts een prenataal onderzoek verricht naar afwijkingen bij een ongeboren kind en daarbij geen afwijkingen vaststelt, waarna het kind toch met deze afwijkingen wordt geboren. De arts kan dan aansprakelijk zijn ten opzichte van de moeder, de vader en ten opzichte van het kind zelf. De redenering is dat het kind zonder de medische fout van de arts wellicht nooit was geboren en het leed niet hoefde door te maken.

 

Ten slotte kan een arts aansprakelijk zijn als hij tekortschiet in de bejegening van de naaste familie van de patiënt nadat een medische fout is gemaakt. Dit wordt ook wel eens de bejegeningsnorm genoemd. Volgens de bejegeningsnorm betekent de zorgplicht dat men het ontstaan van een psychisch letsel bij de naaste familie dient te voorkomen, als het ontstaan van dit psychisch letsel voldoende voorzienbaar is.

 

De basis van deze norm vinden we in de zaak-Vader Versluis. Bij deze zaak ging Mia Versluis naar het ziekenhuis om er een knobbeltje op haar hiel weg te laten halen, zodat ze op haar trouwdag hoge hakken zou kunnen dragen. Tijdens de operatie werd een medische fout gemaakt en ze ontwaakte nooit meer uit de narcose. De coma was onomkeerbaar en het ziekenhuis wilde de behandeling staken, waarna Mia zou sterven. Vader Versluis spande in allerijl allerlei rechtszaken aan om dit te voorkomen en om haar in leven te houden. Uiteindelijk klaagde hij zelf het ziekenhuis aan omdat hij geestelijk was ingestort door de slechte psychologische begeleiding die hij kreeg.

 

 

De bovenstaande uiteenzetting toont aan dat niet elke ongewenste uitkomst van een medische behandeling ook een medische fout is. Elke medische behandeling kan nu eenmaal goede en kwade uitkomsten hebben. Een medische fout is in ieder geval een fout, zijnde niet voldoende adequate zorg leveren, die wordt begaan door een zorgverstrekker, zoals het paramedisch personeel, een verpleegkundige of een arts.

 

Daarnaast is de medische fout een neveneffect van de medische behandeling waarover de arts niet (voldoende) informeerde, terwijl hij dat wel had moeten doen. Ook ongewenste en vermijdbare neveneffecten, bijvoorbeeld het amputeren van een verkeerd ledemaat, zijn uiteraard medische fouten. De patiënt had niet moeten verwachten dat er een risico bestond dat de arts een verkeerd been zou amputeren, dat spreekt voor zich.

 

Voorts kunnen medische fouten ook door het niet-handelen ontstaan, bijvoorbeeld door niet de eerste hulp toe te dienen of door een diagnose niet te stellen. Ook hierbij geldt dat niet kan worden verwacht dat een arts altijd de juiste diagnose stelt. Het gedrag van de arts wordt daarom getoetst aan de eerder aangehaalde wettelijke norm van een goede hulpverlener.

 

 

Als er is aangetoond dat er sprake is van een medische fout, heeft het slachtoffer recht op een schadevergoeding. De hoogte van de schadevergoeding na de medische fout is afhankelijk van de omstandigheden en moet steeds concreet worden berekend. In ieder geval komt zowel de materiële schade als de immateriële schade in aanmerking voor de schadevergoeding na een medische fout. Het uitgangspunt is dat het slachtoffer een volledige schadevergoeding krijgt, maar in de praktijk is dat veeleer een utopie. Hieronder zijn de verschillende onderdelen van de schadevergoeding weergegeven. Het toont aan met hoeveel factoren er rekening wordt gehouden bij het berekenen van de schadevergoeding na een medische fout.

 

 

Bij een medische fout die in een sterfgeval resulteert, komt de overlijdensschade in aanmerking voor een schadevergoeding. De overlijdensschade is ruimer dan de kosten voor de begrafenis en de crematie, het gaat ook om talloze andere vormen van schade die de nabestaanden ervaren. Zo gaat een deel van het gezinsvermogen verloren en ondergaan ze affectieschade. Bij de berekening van een schadevergoeding na een medische fout met een dodelijke afloop wordt hier allemaal rekening mee gehouden. Eventueel komt men ook in aanmerking voor de shockschade, bijvoorbeeld als de vader ten gevolge van een medische fout zijn vrouw en ongeboren kind voor zijn ogen ziet sterven.

 

 

Na een medische fout kan er een lichamelijk of een geestelijk letsel optreden. Deze letsels resulteren in materiële schade maar ook in immateriële schade. Materiële schade is schade die in geld waardeerbaar is, zoals inkomensverlies, verlies van verdienvermogen, medische kosten om een litteken weg te halen enzovoort.

 

Bij immateriële schade gaat het onder andere om pijn en ongemak. Zowel de materiële als de immateriële schade komen in aanmerking voor een schadevergoeding na een medische fout. Een schadevergoeding voor immateriële schade wordt ook wel eens smartengeld genoemd. Deze schade is veel moeilijker in geld te waarderen. Er bestaan wel verschillende methoden om het smartengeld objectief te waarderen, maar in de praktijk is dit toch wel specialistenwerk.

 

 

Ook derden kunnen door een medische fout worden getroffen. Zoals eerder aangehaald kan de zorgplicht van de hulpverlener zich ook tot derden uitstrekken, maar zelfs als dat niet het geval is, kunnen ze nog steeds getroffen worden door de schending van de zorgplicht. Dat is bijvoorbeeld het geval voor een werkgever die het loon van een zieke werknemer moet doorbetalen. Door te vragen om een schadevergoeding na de medische fout kan de werkgever deze schade terugvorderen. Ook bijvoorbeeld een zorgverzekeraar kan de betaalde bedragen op deze manier terugvorderen van de verzekeraar van de hulpverlener.

 

 

Bij de berekening van de schadevergoeding na een medische fout wordt er ook nagegaan of een patiënt eigen schuld treft. Dit kan ervoor zorgen dat de schadevergoeding slechts gedeeltelijk of zelfs helemaal niet wordt toegekend. Het gaat dan voornamelijk om situaties waarbij de patiënt bepaalde informatie heeft verzwegen of over bepaalde gegevens, zoals het gewicht, heeft gelogen. Ook dit moet bekeken worden in het kader van de wettelijke norm van een goede hulpverlener. Van een goede hulpverlener mag er bijvoorbeeld worden verwacht dat hij het opmerkt als er klaarblijkelijk over het gewicht wordt gelogen en dat hij de patiënt op de weegschaal laat plaatsnemen voordat er wordt berekend hoeveel medicijn er nodig is om de patiënt onder narcose te brengen.

 

 

Het verschil tussen een complicatie en een medische fout is van groot belang voor het slachtoffer. Complicaties en medische fouten kunnen leiden tot een letsel, wat vervolgens letselschade kan veroorzaken. Een slachtoffer kan echter alleen een schadevergoeding voor het letsel vorderen wanneer er sprake is van een fout: bij het louter optreden van een complicatie heeft het slachtoffer nog niet automatisch recht op een vergoeding. Daarvoor moet er ook sprake zijn van een fout, zoals de schending van de informatieplicht. Het is aan het slachtoffer om te bewijzen dat er sprake is van een medische fout en niet van een complicatie waarover men geïnformeerd werd. Het slachtoffer kan zich hierbij laten bijstaan door een letsel advocaat of letselschade expert. De hoogte van de letselschade uitkering hangt af van de feitelijke omstandigheden.

Reactie plaatsen