Zaterdag 21 april 2012: Twee treinen botsen op elkaar in Amsterdam, 1 dode en 117 gewonden, waaronder 42 met ernstig letsel.

Dinsdag 5 september 2006, 11:36: Bij een botsing tussen twee treinen op 5 september 2006 zijn in Amersfoort tien mensen gewond geraakt. Ze zijn met onder meer rug- en nekletsel naar een ziekenhuis gebracht. De machinisten van de twee treinen liepen verwondingen aan hun gezicht op.” (bron: www.nos.nl)

“Zondag 25 juni 2006 11:30: Van de 42 passagiers die gisteren gewond raakten bij de treinbotsing bij station Maastricht liggen er nog zes in het ziekenhuis. Eén van hen is er ernstig aan toe. De andere 36 slachtoffers konden na behandeling in het ziekenhuis of bij de huisartsenpost weer naar huis.” (bron:www.elsevier.nl)

Drie nieuwsberichten waarin melding wordt gemaakt van een treinincident waarbij gewonden zijn gevallen. Hoewel het reizen met het openbaar vervoer als zeer veilig wordt beschouwd, betekent dit dus niet dat het reizen met de trein zonder risico’s is. Je kunt je ook afvragen hoe het mogelijk is dat nog steeds treinen op elkaar rijden in Nederland. Insiders zeggen dat het probleem zit in verouderde software. En inderdaad, op het baanvak in Amsterdam ligt een 60 jaar oud beveiligingsysteem ligt. Bij dit systeem gebeurt er niets als een machinist een rood sein mist en langzamer dan 40 kilometer per uur rijdt. De machinist is door rood gereden zo is gebleken en reed minder snel dan 40. De Tweede Kamer had geen zin om geld te investeren om de veiligheid te verbeteren. Dit zou 250 mio kosten.

De vraag die bij velen leeft is de vraag of slachtoffers recht hebben op een schadevergoeding. De NS stuurt slachtoffers door nu naar haar verzekeraar, maar het is veel verstandiger zelf SAP in de arm te nemen. Verzekeraars willen immers zo weinig mogelijk betalen. Wij brengen uw schade wel volledig in kaart en verhalen deze op de verzekeraar.  Tip: maak alvast regelmatig foto’s van het letsel en noteer in een dagboekje de extra uitgaven of verleende hulp.

Aansprakelijkheid
In het burgerlijk wetboek is opgenomen dat een ieder recht heeft op een vergoeding voor de geleden en te lijden schade voor zover er een wettelijke verplichting tot schadevergoeding bestaat (afdeling 10 boek 6 BW). Die is er voor de NS. Art. 8:105 lid 1 BW bepaalt dat “de vervoerder aansprakelijk is voor schade veroorzaakt door dood of letsel van de reiziger ten gevolge van een ongeval dat in verband met en tijdens het vervoer van de reiziger is overkomen.’ De vervoerder heeft echter een mogelijkheid om aan de aansprakelijkheid te ontkomen, namelijk bij overmacht. Daarvan is sprake als een zorgvuldig vervoerder het ongeval niet heeft kunnen vermijden. De omstandigheid hoeft dus niet alleen van buiten te komen (bijvoorbeeld blikseminslag) maar kan volgens deze bepaling ook binnen een vervoersbedrijf liggen. De tekortkomingen van de bestuurder (machinist) of het slecht functioneren van het vervoermiddel (trein) of het materiaal (spoor) leveren in ieder geval geen overmacht op, ook niet als de NS (mede) schuld of risico heeft.

Schadevergoeding gemaximeerd?
Wanneer de aansprakelijkheid op grond van voornoemde wettelijke bepaling een gegeven is en de NS dus geen succesvol beroep op overmacht gedaan heeft, zal de NS in beginsel alle door de slachtoffers van een treinongeluk geleden en te lijden schade moeten vergoeden. Bij deze schade moet men denken aan, kosten genezing en herstel (bijvoorbeeld reiskosten naar behandelaars), verlies arbeidsvermogen (loon dat men misloopt omdat het slachtoffer als gevolg van het letsel niet in staat is te werken), verlies zelfwerkzaamheid (bijvoorbeeld kosten voor huishoudelijke hulp die het
slachtoffer omdat men niet meer in staat zelf het huishouden te doen) en smartengeld (een tegemoetkoming voor de pijn die men heeft).

In art. 8:110 BW is bepaald dat de aansprakelijkheid voor de schade als gevolg van bijvoorbeeld een treinongeval is beperkt tot € 188.000,00. Dat komt omdat er veel slachtoffers kunnen zijn ten gevolge van een ongeval en het anders misschien “te duur” zou worden.  Dit betekent wel dat slachtoffers met ernstig letsel een deel van hun schade niet aanstonds vergoed zullen krijgen.

In een enkel geval kan van deze limitering worden afgeweken. Art. 8:111 BW bepaalt dat de vervoerder zich niet op de limitering kan beroepen voor zover de schade is ontstaan als gevolg van opzet of bewuste roekeloosheid van de vervoerder. Hiervan is bijvoorbeeld  sprake wanneer er werkzaamheden zijn aan het spoor en ondanks een duidelijke snelheidsbegrenzing de maximum snelheid door de machinist wordt overschreden met een ongeluk als gevolg. De bewijslast van de aanwezigheid van opzet of bewuste roekeloosheid ligt overigens bij het slachtoffer.

Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 12 augustus 2004 uitgemaakt dat de limitering ook opzij gezet kan worden door een beroep op de redelijkheid en billijkheid. In die casus stelde een jonge vrouw de NS aansprakelijk voor een door haar overkomen ongeval. De vrouw was haar beide benen kwijtgeraakt omdat zij tussen de deur van een vertrekkende trein was blijven hangen. De NS erkende de aansprakelijkheid en keerde, met een beroep op de limitering, een bedrag van € 135.746,60 (fl. 300.000,00) uit. De schade van de vrouw was echter op € 900.000,00 begroot. De rechter oordeelde dat de NS zich niet op de in artikel 8:110 lid 1 BW bedoelde limitering van de aansprakelijkheid kan beroepen, zowel omdat sprake is van bewuste roekeloosheid aan de zijde van de NS bij het treffen van adequate veiligheidsmaatregelen, als omdat het beroep op de limitering naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Hoe dan ook: het is niet meer van deze tijd om niet alle schade van de slachtoffers te vergoeden.